donderdag 4 juni 2020

Uithuisplaatsing - onderling contact

Over elk van de uithuisgeplaatste kinderen werden afspraken gemaakt over het onderlinge contact. Contact met beide ouders en contact met broers en zus. Uitgangspunt was dat er gekeken werd naar ieders persoonlijke behoefte, maar dat is nou net iets wat niet zo makkelijk is om te achterhalen als er een achtergrond is waarbij eigen behoeften geen rol van betekenis hebben mogen spelen. Want zo kijk ik ertegenaan. Ik kan me niet herinneren dat één van de andere gezinsleden een behoefte heeft geuit wat het onderlinge contact betreft. Maar zelf had ik wel een enorme behoefte aan contact. 

Voor de kinderen boven de 12 was dat niet zo'n punt. Ze hadden mij regelmatig nodig als er vervoer nodig was, of als er iets moest worden aangeschaft. Af en toe bezocht ik hen waar ze waren en dan deden we een spelletje, maar het leukste contact vond ik het 'normale' contact, waarbij je een duidelijk doel hebt zoals samen een nieuwe zomerjas kopen. Of ondergoed. Daar genoot ik echt van.

Voor de twee die nog op de lagere school zaten, ging het anders. Voor het contact met hen werden duidelijke, vaste lijnen neergelegd. De bedoeling was dat ze eerst tot rust zouden komen, en daarna zouden we wel verder zien. Ik had voordat we dit gesprek hadden, goed nagedacht over wat ik zelf wilde. Wat ik het meest zou missen, was het naar bed brengen van de jongste. Hij was nog maar 9 jaar oud en het naar bed brengen was altijd een bijzonder moment geweest van open contact. Ik heb dus gevraagd of mijn bezoekjes aan hem op een tijd mochten zijn dat ik hem ook naar bed kon brengen. Dat mocht, één keer per week. Ik kwam dan om half 7 's avonds daar aan, na het eten, deed een spelletje met hem in de woonkamer bij de anderen van het gezinshuis, stuurde hem op tijd onder de douche en bracht hem rond 8 uur naar bed. 
Over zijn iets oudere broer werden andere afspraken gemaakt. De pleegouders hadden hier zelf ook een wens, omdat zij beiden een baan hebben en zij opvang wilden hebben voor de woensdagmiddag. Afgesproken werd dat André en ik om beurten op woensdagmiddag bij onze zoon zouden zijn. Dat viel mij een beetje tegen, want dat was dan weliswaar een hele middag, uit school tot aan 17 uur, maar dan wel met twee weken ertussen. De voogd vond dat het voor onze zoon te onrustig zou worden als er meer contactmomenten werden ingebouwd.

Waar ik ook aan dacht, was dat de kinderen elkáár nu niet meer zouden meemaken, en dat leek mij een enorme ingrijpende verandering. Daarom heb ik voorgesteld dat ik de kinderen elke zondag bij elkaar zou brengen op de plek waar ik onderdak had gevonden. Gelukkig vond dit voorstel weerklank bij de voogd, zij het dat ze voor de jongste twee wilde dat dit één keer per twee weken zou worden. 

En zo brak een intensieve tijd aan. Gek eigenlijk, want ik woonde inmiddels helemaal alleen en had alleen mezelf om voor te koken. En geen baan.

woensdag 3 juni 2020

Uithuisplaatsing - de jongste twee vertrekken

Februari bleek een drukke maand te worden. We maakten kennis met twee woonplekken, waar onze twee jongste kinderen een tijdelijk adres zouden vinden. De bedoeling was nog steeds dat het ongeveer een half jaar zou gaan duren*, en het ene adres, een gezinshuis dat zich net in de buurt had gevestigd en dat eigenlijk alleen als doel had om kinderen op te vangen met perspectief, d.w.z. tot hun 18e, stelde zelfs als voorwaarde dat het niet langer zou gaan duren. (.....)
Het andere adres betrof een jong echtpaar zonder kinderen.

De kennismakingen verliepen allebei prettig, en er werd een datum geprikt waarop de jongens, liefst op dezelfde dag naar hun nieuwe adressen zouden gaan. Ze mochten ook zelf kennismaken. 

Intussen logeerde ik nog steeds het merendeel van de tijd bij iemand in huis. Hier zou ik zeker de jongens niet kunnen ontvangen tijdens de komende contactmomenten. Dat zou ook niet nodig worden, want degene bij wie ik in huis was, vroeg of ik een andere plek wilde gaan zoeken (over deze periode heb ik eerder geschreven). Natuurlijk zou het een optie zijn om weer in te trekken in ons gezamenlijke huis, maar ook daar zou ik de kinderen niet kunnen ontvangen gezien de hele problematiek. Gelukkig kreeg ik de beschikking over een vrijstaand gastenverblijf van drie verdiepingen (in een kapschuur). Dit was een plek met enorm veel vrijheid en rust, heel erg geschikt om bezoek van mijn kinderen te ontvangen!

Hoewel er nog altijd één zoon thuis woonde, besloot ik om zelf ook definitief het huis te verlaten op de dag dat mijn twee jongste kinderen weg zouden gaan. De thuiswonende zoon had een fulltime baan plus twee avonden opleiding, en als hij thuis was, zat hij toch op zijn kamer. Hij vond het best.

En toen kwam de dag dat de jongste twee vertrokken waren.... ik weet nog dat ik, zoals steeds, ervan overtuigd was dat het niet anders kon en ook niet had gekund, en ik denk niet dat ik mezelf toen al toestond om te rouwen om wat niet was. Ik herinner me de enorme energie waarmee ik de auto tot de nok toe vollaadde met spullen die ik dacht nodig te hebben de komende tijd. Het hele huis liep ik door, ik nam afscheid van alle kamers, keek in alle kasten of er iets lag wat ik niet kwijt wilde, en ik vertrok van een huis dat zijn ziel had verloren doordat de allermeeste kinderen weg waren gebracht zonder hoop om ooit op die plek terug te keren.

En ik reed mijn nieuwe leven tegemoet. 

*half januari was de rechtszitting waarbij de uithuisplaatsing is uitgesproken voor een half jaar, met mogelijkheid tot verlenging tot een jaar

dinsdag 2 juni 2020

Uithuisplaatsing - ook voor iemand die buiten de boot valt wordt gezorgd

Gisteren vertelde ik dat een van de oudere kinderen geen beschikking kreeg. Dat was te verwachten aangezien hij geen indicatie had. Bovendien had hij plannen om vanaf augustus voor een jaar naar het buitenland te vertrekken. Hij moest nog wel een periode van ongeveer een half jaar overbruggen.
Ik moedigde hem aan om te vertrouwen dat het goed zou komen, linksom of rechtsom. Maar ik moest het zelf ook loslaten en vertrouwen, want ik had zelf (nog) geen plek waar ik hem onderdak kon geven.

Op een dag kwam ik hem ineens zomaar tegen ergens in Nieuwegein. Met een big smile op zijn gezicht vertelde hij dat hij waarschijnlijk onderdak had, in het gastenverblijf van een jong gezin dat net een nieuw huis had gebouwd. Hier zou hij het een paar maanden kunnen uithouden. Hij zou grotendeels voor zichzelf moeten zorgen, maar ook af en toe mogen meeëten. 

Deze jongen is een echte aanpakker. Hij heeft helemaal zelf zijn verhuizing geregeld. Wat hij niet meer nodig had, gaf hij weg, en met geleend vervoer bracht hij alles over. 

Nu waren thuis nog de twee jongste broertjes en de oudste van de thuiswoners, die nog een tijdje moest wachten op de beslissing of hij mocht verhuizen. Het was inmiddels februari 2019. 

maandag 1 juni 2020

Uithuisplaatsing - de volgende mogelijkheden worden onderzocht

Nu ik terugdenk aan de periode dat voor de kinderen één voor één een andere woonplek werd gezocht, besef ik des te meer met hoeveel zorg dit is gebeurd. Ook met respect voor onze mening. Als een van ons het niet zag zitten, dan zochten ze verder. De vrouw die bij gemeente Lopik werkte en voor ons bezig was (nu heeft ze een andere baan) heeft veel moeite gedaan voor alle zeven kinderen. Dat is best bijzonder, want twee daarvan waren al boven de 18 en vielen buiten de verantwoordelijkheid van de overheid/gemeente. 

Even terug naar 1982. Ik was 13 jaar oud toen ik in Nieuwegein kwam wonen. Mijn ouders gingen wonen in een boerderij aan de Nedereindseweg, waarvan de deel was omgebouwd tot samenkomstzaal van de gemeente die we bezochten. We hebben daar een aantal jaar zelf gewoond, en toen ons gezin verhuisde naar een ander huis in Nieuwegein, bleven we nog de bijeenkomsten in de boerderij bezoeken totdat we ook een andere gemeenteplek kregen en de boerderij verkocht werd aan een stichting voor begeleid wonen. 

Deze zelfde stichting was in het vizier gekomen van degene die voor onze jongens woonruimte zocht, hoe leuk was dat! Zo kon het gebeuren dat we met drie verlegen pubers een kennismakingsgesprek hadden in deze boerderij. Als ex-bewoonster kreeg ik ook nog een rondleiding door het woongedeelte. Dat was zo leuk! Er was niet veel veranderd in al die jaren. 

We hoorden wat de stichting voor de jongens zou kunnen doen. Er zouden doelen worden opgesteld, waar wij als ouders uiteraard ook iets over te zeggen zouden hebben. Ze zouden verplicht 1 x per week moeten koken voor de groep, ze zouden zich aan regels moeten houden wat betreft orde en netheid, ze zouden worden geholpen op weg naar zelfstandigheid op alle fronten, en ze zouden best veel vrijheid hebben. En ze moesten zelf zeggen of ze dit wel wilden.

Uiteindelijk zijn twee van de drie jongens daar inderdaad terechtgekomen, zij het op de andere lokatie. De jongste van de drie kon verhuizen nadat de beschikking was afgegeven en alle formaliteiten waren afgerond. Voor de middelste werd geen beschikking geregeld, en voor de oudste zou het wat langer duren.

Het was nog steeds een gekke tijd. Het is niet makkelijk om praktische dingen te regelen zoals een verhuizing van een kind als je maar de helft van de tijd thuis bent en onderlinge communicatie niet mogelijk is. De jongste twee leefden al weken in spanning want voor hen was het nog onduidelijk wat er zou gebeuren, wel zagen ze hun broers één voor één vertrekken....

zondag 31 mei 2020

Uithuisplaatsing - het eerste adres

Voor de twee kinderen in de puberleeftijd werd vrij snel - ergens in december 2018 -  een adres gevonden: een woon-zorginstelling voor jongeren onder de 18. Ondergebracht in een enorm gebouw, door de manier van bouwen (gasbetonblokken) helaas niet erg gezellig. Lange gangen met slaapkamers, oude toiletten en douches, en gelukkig wel een grote, lichte, gezellige woonkamer. Dat wisten we allemaal nog niet tijdens het eerste gesprek.

Dat kennismaken alleen al was een hele organisatie, net als alle afspraken waarvoor ineens oppas nodig was. We waren eigenlijk niet zo gewend om oppas te regelen, we deden het altijd gewoon zelf. Gelukkig hadden we een al wat oudere overbuurvrouw op wie de kinderen dol waren en die een klein beetje de functie van oma had (onze kinderen hebben al 7 jaar geen oma meer). Deze vrouw heeft vele malen voor de jongste jongens gezorgd als we een afspraak hadden - wie er op dat moment van ons tweeën ook thuis was en oppas nodig had. 

Als ik terugdenk aan die dag, voel ik weer de inwendige chaos die er toen heerste. De pijn, de vastberadenheid, de wens dat anderen zouden zien wie hier de schuld aan had (oei.....). Een van de begeleiders van deze instelling vertelde me onlangs hoe zij het kennismakingsgesprek had ervaren. Zij zag twee ouders die allebei oprecht van hun kinderen hielden, en de beste oplossing wilden. In het gesprek konden we allebei zeggen wat we belangrijk vonden, we konden vertellen over deze twee jongens, wat het voor jongens waren, wat er bijzonder aan hen was, wat we dachten dat ze nodig hadden. 

Over de datum van verhuizing werd gepraat. Ik voelde een enorme weerstand. De kerstvakantie kwam eraan, en ik had me er heel erg op verheugd om de dagen dat ik thuis was, super gezellig te maken. We zaten nog steeds in het vrijwillig kader, zoals dat zo mooi maar heel misleidend heet. Vrijwillig kader betekent dat je vrijwillig mag besluiten om in te stemmen. Doe je dat niet, dan kom je in een gedwongen kader waar buiten jouw gezag om dingen worden geregeld. 

En dus verhuisden de twee pubers, kort na elkaar, naar de instelling. Ze wisten ook wel dat er nu geen andere oplossing was, maar o wat een stap.... Hen was verteld dat er één verzorgend echtpaar was, en alleen een paar meisjes die tot één ander gezin behoorden. Dit bleek niet zo te zijn. Vooral het feit dat er een steeds wisselend team van hulpverleners was, kwam hard aan. En ook waren er nog meer jongeren, met totaal andere gewoonten en ideeën over wat normaal was in taalgebruik, muziekkeuze, muziekvolume en tijd waarop het stil moet zijn. 

Gelukkig mochten ze in de kerstvakantie gedeeltelijk thuis logeren en een kerstdiner meemaken. Ik heb aan die dag een geweldige herinnering. Alle kinderen waren er, ook de oudsten die al uit huis waren. Het diner was feestelijk, we genoten echt van elkaar, en ik maakte een groepsfoto van mijn negen kinderen, waarvan ik later een vergroting kon meegeven als ze allemaal een andere kant uit zouden gaan. 

zaterdag 30 mei 2020

De uithuisplaatsing - richten op de oplossing

Gisteren schreef ik dat ik me direct na het adviesgesprek ben gaan richten op de toekomst. Achteraf kijk ik daar toch met licht respect op terug. Denkend aan de inzichten die ik heb opgedaan over de situatie accepteren zoals die is, met de dingen waar je zelf niks aan kunt veranderen, en vandaaruit werken naar een oplossing, denk ik dat ik dat instinctief al deed. Misschien is dat moederinstinct?

Want ik wilde geenszins dat mijn kinderen blijvend uit huis zouden zijn. Omdat onderlinge gesprekken tussen André en mij voorlopig niet mogelijk waren (dat is nu nog steeds zo), heb ik advies gevraagd hoe met het ouderschapsplan om te gaan. Op internet kun je voorbeeldplannen downloaden, zodat je een beetje weet wat er zo ongeveer in moet komen te staan. Ik bedacht twee versies: in de ene versie hadden we allebei als ouders een gelijkwaardige rol, op woonplekken die we nog zouden moeten regelen, maar met een evenredige verdeling van de zorg voor de kinderen. De andere versie maakte ik voor het geval dat het onderlinge contact niet mogelijk was. Sowieso was het nuttig om gewoon mijn gedachten hierover te laten gaan. Om te bedenken wat ik zou moeten of kunnen regelen. Om me te richten op de toekomst. En dat allemaal nog terwijl de kinderen nog thuis waren.

Een andere voorwaarde was het psychologisch onderzoek. Hiervoor heb ik me aangemeld bij De Waag en kwam ik op de wachtlijst te staan.
En de derde voorwaarde was woonruimte. Dat was een heel lastige. Wat wel heel erg fijn was, is dat de hulpverleenster die we vanuit de gemeente Lopik hadden, navraag heeft gedaan bij iemand van de urgentiecommissie. Die had haar gezegd, met redenen, dat ze geneigd zouden zijn om ons beiden urgentie te verlenen voor een sociale huurwoning. Dit mailde ze ons met het dringende advies om ons aan te melden voor een huurwoning en urgentie te gaan vragen.
Dit bleek een hele kluif te zijn. De gemeente Lopik werkt met het zogenaamde Vierde Huis wat urgentie betreft, en het was voor mij niet mogelijk om mijn complexe situatie aan iemand persoonlijk uit te leggen. Als je urgentie aanvraagt, moet je allerlei financiële gegevens meesturen, en ik beschikte niet over deze gegevens. En het was voor mij ook niet mogelijk om daaraan te komen. Dus ik stelde een lange brief op met de uitleg van de hele situatie, en heb die gevoegd bij de aanmelding. Dat bleek het begin te zijn van een langdurig slepend proces, waarbij steeds weer bericht kwam dat de commissie nog meer gegevens nodig had, waarin ik soms wel en soms niet kon voorzien, en dan mailde ik weer terug.
Ik denk (nu) dat dit alles heel goed is geweest voor mij, hoe frustrerend het ook was. Ik had iets om handen, een heel concreet doel om voor te gaan, en daaraan gekoppeld een enorme uitdaging om dat doel te bereiken. 

Morgen maken we kennis met de eerste woonplek.

vrijdag 29 mei 2020

De uithuisplaatsing - de bonustijd

Er begon een soort bonusperiode, waarin we aan het afwachten waren op de dingen die zouden komen. Allereerst meldden we de beslissing (of eigenlijk was het nog een advies van de Raad, maar de rechter zou dit wel honereren) van de uithuisplaatsing aan de betrokken hulpverleners. De gezinstherapeut die ons gezin vrij goed kende en heel wat escalaties zelf had bijgewoond, was verbaasd. Dit had hij niet verwacht. Het nieuws moest door iedereen even verwerkt worden...

Het betrokken team van mensen die om ons heen stonden, ging aan de slag om passende plekken te zoeken voor de jongens. Het sociaal team van de gemeente Lopik heeft zich uitermate betrokken getoond. Zorgvuldig werden de mogelijkheden afgewogen, en ook voor de zoons die al boven de 18 waren, werd moeite gedaan om een plek te vinden. Dit lukte voor de een wel, omdat hij een diagnose heeft binnen het autisctisch spectrum (komt in dit geval toch wel heel mooi uit), voor de ander niet, maar dat was niet zo heel erg, want deze zoon had plannen om binnen afzienbare tijd voor een jaar naar het buitenland te gaan. 

En zo verstreken de weken. Op zich was ik het er wel mee eens dat deze beslissing was genomen. Ik voelde zelf ook wel dat het zo niet langer kon. Het huis zou binnenkort verkocht worden en ik had nog geen flauw idee hoe ik zelf aan woonruimte zou kunnen komen. Ik had eenvoudigweg niet de mogelijkheid om met de kinderen samen te verhuizen, zoals ik andere gescheiden moeders had zien doen. Dus ik moest me er wel bij neerleggen.

Wel ben ik vanaf dag één (de bewuste dag in november) begonnen om te werken aan de voorwaarden die de Raad had gesteld waaraan moet worden voldaan om de kinderen weer terug te krijgen. Hierover volgende keer meer.