donderdag 28 februari 2013

Brood en inspiratie

Eigenlijk is het allemaal heel simpel: brood bestaat uit

  • deeg (meelsoorten)
  • vulling/smaakmakers
  • vorm
Met deze drie dingen kun je bijna eindeloos variëren. Tot op zekere hoogte althans, want de meeste mensen leggen zichzelf beperkingen op. De Achterbergen willen vooral makkelijk te maken brood. En in kleine porties, die je zo in de lunchtrommel kunt stoppen om mee te nemen naar school of opleiding. Bovendien vaker hartig dan zoet. Op dit weblog verzamel ik dan ook het liefst recepten die aan de Achterbergse voorwaarden voldoen. Met af en toe een uitschieter.

De inspiratie droogde een beetje op. Natuurlijk kun je andere meelsoorten uitproberen. Of variëren met de vorm. Maar in feite blijft het toch allemaal een beetje van hetzelfde. En omdat de Achterbergen drie tot vier keer per week brood mee naar school nemen, en daarin een zeker patroon is ontstaan (één keer ham/kaas, één keer kaas/salami of ham/pizzasaus en één keer kaneelrolletjes), was de behoefte naar nieuwe inspiratie ook niet zo groot. Toch vind ik het leuk om aan de hoeveelheid recepten op het blog nieuwe te blijven toevoegen en daarom google ik soms een eind weg in alle talen die ik beheers. 

Zo vond ik op de Amerikaanse site The Fresh Loaf een uienbrood dat zijn smaak krijgt van een pakje uiensoep.  Hoewel het resultaat voor de maker ervan niet erg uitgesproken was (het smaakte niet zoveel naar uien als hij had gehoopt, maar ook niet zoveel als zijn vrouw had gevreesd), sprak het idee hiervan mij wel aan. Brood met soep is een klassieke combinatie, en op deze manier wordt het wel heel erg indringend gecombineerd. Omdat soepbrood met zichzelf in de knoop lijkt te zitten wat de keuze van een naam betreft, leek het me leuk om deegslierten in de knoop te leggen, een idee dat ik hier had gezien (in dat recept worden de deegslierten door gesmolten boter en vervolgens door kaneelsuiker gerold, in feite niets anders dan onze eigen kaneelrolletjes - het verschil tussen wel en niet kneden is op de foto's ook goed te zien: niet-kneden deeg zakt altijd wat verder uit tijdens het narijzen).

Voor de broodjes van deze foto heb ik gekozen voor champignonsoep, maar je kunt uiteraard elke soep gebruiken die je lekker vindt met brood. Gewoon je even (in ons geval) voorstellen hoe het is om dat te eten als het is afgekoeld. De meningen van de Achterbergen over de champignonsoepbroodjes zijn verdeeld, maar er is er in elk geval één die ze zo lekker vond, dat hij er tijdens het ontbijt drie heeft gegeten (en dat terwijl ze eigenlijk bedoeld waren voor meeneemlunch). Ik vond ze zelf een beetje flauw smaken, in het recept hieronder voeg ik daarom wat kruiden toe, maar dat heb ik dus  nog niet uitgeprobeerd.

Recept niet-kneden champignonsoepbroodjes (20 st.)

Snijd 250 g champignons in kleine stukjes en kook ze in 10 min. gaar in een halve liter (kippen)bouillon. Laat afkoelen, minstens tot lauwwarm. Doe 600 g meel (half volkoren/half wit) samen met iets meer dan 2 tl droge gist in een kom en roer er de afgekoelde soep door. Voeg ook wat extra kruiden toe voor een pittiger smaak (cayennepeper, paprikapoeder, evt. wat extra zout bovenop het zout dat in de bouillon zit), en net zoveel water dat je het nog kunt roeren. Er mag geen droge bloem meer zichtbaar zijn en het deeg moet iets uitzakken. Dek de kom af en laat (ruim) 2 uur bij kamertemperatuur staan. Zet de kom hierna in de koelkast. Eventueel kun je direct verder gaan, maar het deeg is beter hanteerbaar als het gekoeld is. Het blijft in de koelkast zeker een paar dagen goed, maar je kunt het ook al na een uur of twee verder verwerken.

Bereiding: haal met een deegschraper het deeg in één stuk uit de kom, laat op een met bloem bestrooid werkvlak vallen. Bestrooi de bovenkant ook ruim met bloem en verdeel het deeg (met de scherpe kant van de deegschraper) in vier stukken, die je elk weer in vijf stukjes onderverdeelt. Rol elk stukje uit tot een sliert van iets meer dan 20 cm (bij mij net iets langer dan mijn hand), gebruik extra bloem als het plakt. Leg een enkele knoop in elke sliert, knijp de twee uiteinden aan elkaar vast en leg de broodjes op een bakplaat. Laat een half uurtje staan. Bij broodjes zoals deze blijft er meestal bloem aan de buitenkant zitten, en daarom kwast ik ze in met melk voor het afbakken. Ze worden gebakken bij 200°C, ongeveer 30 minuten.

woensdag 27 februari 2013

Talentje

Gido verlangde na een week skiën heel erg naar zijn trompet, dus toen hij weer thuiskwam, was zo'n beetje het eerste wat hij deed, een riedeltje wegblazen. Even later kwam hij enthousiast melden dat Bart ook trompet kon spelen. Dat moesten we uiteraard controleren!

En ja hoor, Bart trompettert er lustig op los. Dat wil zeggen: hij krijgt een mooie toon uit de trompet, en als Gido de ventielen bedient, zijn het er zelfs meer dan één. Dat kan niet elke Achterberg zeggen. Sterker nog, behalve Gido en Bart kan denk ik alleen André geluid uit de trompet halen. Bart is dus een trompettalent!

Of zoals een van de Achterbergen zei: 'Ach ja, hij heeft een sterke blaas'.

dinsdag 26 februari 2013

Niet uit te leggen

onze sprietenplant in de keuken - die
weinig tot geen verzorging krijgt -
is weer gaan bloeien!
Hebben jullie dat nou ook wel eens, dat je iets meemaakt dat zó bijzonder is, dat je beseft dat je een historische gebeurtenis hebt meegemaakt. Je zou de hele wereld wel deelgenoot willen maken van wat er in je omgaat, maar je realiseert je dat je het nooit uit zult kunnen leggen op een manier die echt overkomt. Als je het zou proberen, dan zou je er zelfs afbreuk aan doen.

Nou, zoiets heb ik afgelopen weekend meegemaakt. En hoewel ik heel graag zou willen overbrengen wat ik heb meegemaakt, ga ik het  niet proberen. Het zou gewoon niet genoeg zijn, behalve als ik er een heel boek over zou schrijven. Een dik boek.

Jullie mogen wel weten wat er dan zo bijzonder was. Wij vierden op Pagedal met duizenden (tenminste, ik neem aan dat het er meer dan duizend waren, misschien kan ik beter zeggen honderden) mensen de 90e verjaardag van een man. We hoorden over het leven dat hij heeft geleid, de strijd die hij heeft gevoerd, en puzzelstukjes vielen op hun plek. Het was op z'n zachtst gezegd inspirerend.

En nu weet ik meer dan ooit hoe ongelofelijk belangrijk het is om in je eigen leven trouw te zijn aan wat God je laat zien. Dat het absoluut niet helpt om kritiek te hebben - en vooral ook te uiten - op anderen. Maar dat je, als je gewoon je eigen weg met God gaat, op de lange termijn écht verschil kunt maken.

Dat wist ik natuurlijk allemaal al wel. Maar nu wéét ik het - als je begrijpt wat ik bedoel. Alsof er een extra dimensie open is gegaan.

En dat is denk ik alles wat ik er hier over kwijt kan...

woensdag 20 februari 2013

Vakantie

Blijkbaar is het bericht dat ik over de vakantie schreef, niet gepubliceerd. Sterker nog, alleen de eerste zin staat in een conceptversie... nog maar een verlate poging dan!

Het is vakantie bij de Achterbergen! Drie jongens zijn zelfs aan het skiën met de jeugd van de gemeente, in Noorwegen. Met de andere Achterbergen is het genieten in het toch nog steeds drukke huis. Als je achter het behang komt staan, mag je meegenieten, welkom!

Traditiegetrouw wordt er dus niet geblogd...

vrijdag 15 februari 2013

Een broodrecept ombouwen naar niet-kneden

De Achterbergen hebben de afgelopen week wel drie keer zachte witte puntjes gekregen. Normaal gesproken niet ons favoriete broodje, maar deze waren elke keer zelfgemaakt en ècht heerlijk! Als ik dat kan, dan kan iedereen het: heerlijk zachte witte broodjes, met net iets meer beet dan die slappe meelballen uit de supermarkt. De helft van de Achterbergen eet ze zelfs het liefst zó, zonder enige vorm van beleg.

Waarom drie keer bakken? Omdat ik wilde weten hoe het in het 'echt' zou worden, en als niet-kneden broodje. En met een andere bloemsoort. En daarom probeerde ik eerst een gewoon recept uit. Het komt van een uitgebreide Amerikaanse website - King Arthur Flour - een fabrikant van allemaal bakkerswaren met een enorme hoeveelheid recepten, die je behalve in de Amerikaanse maten (cups) met één muisklik in grammen kunt krijgen. Hun meelsoorten zijn in Nederland niet verkrijgbaar, daarom besloot ik een keer patentbloem te kopen, in de hoop dat dit het beste resultaat zou geven. Nou, daarover wacht jullie verderop nog een verrassing.


Wel kneden zachte bolletjes

voor 16 stuks

418 g patentbloem* - 2 tl droge gist - 21 g aardappelmeel - 21 g elk (magere melkpoeder) - 25 g suiker - 1,5 tl zout - 57 g zachte boter - 152 g lauw water - 113 g lauwe melk
voor na het bakken: 28 g gesmolten boter

Mix alle ingrediënten voor het deeg in een kom, ik heb dit met een mixer met deeghaken gedaan en dat was eigenlijk best snel gebeurd. Ik kreeg een mooi deeg. Om te weten wanneer het deeg met rijzen is verdubbeld, is het handig om het in een maatkan te doen, die licht is ingevet. Ik had nog een voorraadbus staan, waar ik het deeg in heb gedaan, gewoon vanwege het experiment, en ik zette met viltstift een streepje waar de bovenkant van het deeg was. Het recept vermeldt dat het 60 tot 90 minuten moet rijzen (dek het wel af!), en dat zal ook wel zo zijn als je het bij de verwarming zet, maar ik zette hem op de schouw en het duurde 2,5 uur voordat het eruit zag zoals op de foto!
Haal het deeg eruit, druk de overtollige lucht er voorzichtig uit op een licht ingevet werkvlak. Verdeel het deeg in 16 gelijke porties (je weet wel: eerst doormidden, en dan elk stuk weer doormidden, en dan alle vier de stukjes weer doormidden, en dan nog een laatste keer, dit gaat heel makkelijk met de rechte (scherpe) rand van een deegschraper), en maak van elk stukje deeg een rond balletje. Vet twee springvormen met een doorsnee van 20 cm in. Uiteraard kan het ook in andere vormen, ook vierkante of langwerpige, maar wij hadden toevallig twee springvormen met deze maat. Leg in elke vorm 8 balletjes: één in het midden en de andere 7 eromheen met gelijke onderlinge afstand. Dek de vormen af (ik deed er een doorzichtige plastic zak omheen) en zet ze op een warme plaats om te rijzen. Ze moeten tegen elkaar aan schurken en er opgeblazen uitzien, dat duurde bij ons een uur omdat ze lekker warm op de verwarming stonden. (Halverwege deze rijsperiode kun je de broodjes trouwens in de koelkast zetten om ze de volgende dag verder te laten rijzen en af te bakken).
Haal de vormen uit de zakken en bak de broodjes in een voorverwarmde oven van 176 graden Celsius, 22 tot 24 minuten. Onze thermometer kwam weer goed van pas: de binnenkant van de broodjes moet tenminste 88 graden Celsius zijn. Haal ze uit de oven en kwast de bovenkant van de broodjes direct in met de gesmolten boter. Hierdoor blijft de bovenkant lekker zacht. Haal ze na een paar minuten uit de vorm en laat ze uitdampen op een rooster. 

Nu de niet-kneden variant!

Waarom niet-kneden? Hoewel het kneden van deze broodjes niet zoveel tijd vraagt, al helemaal niet met een elektrisch hulpmiddel, besloot ik toch om dit recept in de niet-kneden variant uit te proberen, gewoon om te kijken wat het verschil zou zijn. 

Hoe bouw je zo'n recept om? Het belangrijkste is de hoeveelheid vocht. Die moet zo'n 75 tot 80% van het gewicht van het meel zijn, na toevoeging van het vocht moet het deeg even zacht zijn als je van andere niet-kneden recepten gewend bent.

Het volgende is het bekijken van de ingrediënten. Misschien vind je het prettiger om deeg waar rauwe melk in zit, niet uren lang bij kamertemperatuur te laten staan. Daarom paste ik dit recept op twee punten aan: in plaats van melk gebruikte ik water, en wel in totaal iets meer dan 300 ml (in plaats van in het gewone recept in totaal 265 ml), en om het gemis aan melk te compenseren, deed ik er 40 g elk door.
Dit is niet strict nodig, maar het leek me nou eenmaal leuk om het zo uit te proberen. De boter (of margarine) die je in zachte toestand goed door deeg kunt kneden, kun je voor niet-kneden deeg beter laten smelten. In feite zou je dat dan ook moeten meerekenen met het vocht.

Het laatste is de baktijd. Meer vocht betekent langer bakken voor hetzelfde resultaat, in dit geval wordt de baktijd verlengd tot ongeveer 30 minuten. Het niet-kneden recept komt er daarmee zo uit te zien:

418 g (patent)bloem* - 2 tl gist - 22 g aardappelmeel - 40 g elk - 25 g suiker - 1,5 tl zout - 56 g gesmolten boter - 306 ml water, gewoon direct uit de kraan of lauwwarm (dat heb ik niet precies afgewogen, iets meer dan 300 ml in de litermaat).
Roer alles snel door elkaar (dat gaat nog iets sneller dan met de mixer met deeghaken), en laat het deeg afgedekt rijzen, bij kamertemperatuur of op een warme plaats, tot het volume is verdubbeld. Zet de bak met het deeg in de koelkast.
Haal de volgende dag het deeg uit de koelkast en haal het met bebloemde handen uit de bak. Omdat het deeg veel plakkeriger is dan de andere versie, maak je er lastiger bolletjes van. Maar als je het deeg met een deegschraper in 16 gelijke stukken hebt verdeeld, op een bebloemd werkvlak, en daarna doe je op één platte kant van elk deegstukje nog een beetje bloem, dan kun je die bebloemde kant vrij makkelijk om het deegstukje heenvouwen - als een dekentje datje rondom instopt, en wat het glutenjasje wordt genoemd. Op de foto's is te zien dat het resultaat vrijwel gelijk is aan de wel-kneden broodjes. Leg de deegbolletjes in twee ingevette springvormen van elk 20 cm doorsnee: één in het midden en 7 bolletjes er met gelijke afstand omheen, en laat ze afgedekt nog een uurtje rijzen, het best op een warme plaats. Ze zien er precies zo opgeblazen uit als in het officiële recept. Bak de bolletjes zo'n 30 minuten bij 175 graden Celsius, tot de binnenkant minstens 88 graden Celsius is (mocht je een thermometer hebben), en bestrijk ze na het bakken met gesmolten boter.

Het verschil tussen wel-kneden en  niet-kneden was door geen van de Achterbergen te merken of te proeven. Gewoon ontzettend lekkere, zachte witte puntjes. Dit recept houden we er zeer zeker in!

En om het experiment compleet te maken, besloot ik een paar dagen geleden tijdens het koken om nog snel even nóg een niet-kneden deegje door elkaar te roeren, deze keer van de supergoedkope bloem (C1000 basis) die de Achterbergen meestal gebruiken in combinatie met volkoren meel. Ik heb er geen foto van, maar dit deeg rees sneller dan het vorige deeg tot twee keer de hoogte in dezelfde voorraadpot. En je raadt het nooit: in de koelkast rees het deeg diezelfde avond nog verder door tot aan het deksel! Daarna heb ik het - om het experiment nog iets verder uit te breiden - een dag langer in de koelkast laten staan, maar dat had verder geen enkele nadelige invloed op de kwaliteit van het resultaat.  De laatste broodjes werden het luchtigst - en het goedkoopst. Gewoon voor de leuk heb ik uitgerekend hoeveel de ingrediënten voor (deze laatste) 16 zachte witte puntjes ons hebben gekost: 63 eurocent. Ook al zou je er dan nog de kosten van de elektriciteit bij moeten rekenen, dan nog kom je op een zeer acceptabel bedrag uit. En dat is  nou extra leuk aan het zelf brood bakken...

* gebruik voor het beste resultaat dus geen patentbloem, maar bloem van C1000 basis (en nee, dit is geen betaalde advertentie)

donderdag 14 februari 2013

Eens maar nooit weer

Als je zegt "dat is eens, maar nooit weer", is dat positief?

Bijvoorbeeld als je het hebt over de dag dat je trouwde?

Een mooie vraag op Valentijnsdag. Een dag die André en ik eigenlijk nooit hebben gevierd, maar waarop je er bijna niet onderuit kunt om toch een klein beetje over je (liefdes)leven na te denken.

Met een vette knipoog zeg ik daarom: trouwen met André? Dat heb ik één keer gedaan, en dat doe ik nooit weer!!

woensdag 13 februari 2013

Zou ik het ooit leren?

Zou ik ooit leren om alles perfect te laten verlopen bij de Achterbergen? En er niet 's morgens achterkomen dat ik de vorige avond drie 10-minutengesprekken had zullen hebben? Gewoon omdat het niet op de agenda op het whiteboard in de gang stond?

Gelukkig verlopen de 10-minutengesprekken over de Achterbergen zo ongeveer allemaal precies hetzelfde, en dat al zo'n zestien jaar lang. Cijfers zijn prima, concentratie kan beter en vriendjes maken is soms wat lastig. Met deze superkorte samenvatting van een niet gehouden gesprek kon ik vanmorgen twee van de drie juffen tevredenstellen. Ze waren het er helemaal mee eens. De derde juf heb ik nog niet gesproken, dat zal er straks bij het uitgaan van de school wel van komen.

Zo, nu kunnen de afsprakenbriefjes wel van het whiteboard. Niet meer nodig...

dinsdag 12 februari 2013

Niet-kneden Fries suikerbrood

Een van de eerste recepten die heb aangepast naar een niet-kneden variant, is Fries suikerbrood. Inmiddels heb ik het een paar keer gemaakt, ook erg leuk om cadeau te geven! Met zelfgemaakte 'greinsuiker'!
Je kunt het bakken in een ronde (spring)vorm (20 cm), of in een kleine cakevorm.



Ingrediënten: 150 gram kristalsuiker - kaneel - 350 gram tarwebloem - 1 theelepel zout - 2 theelepels gedroogde gist - 2 eetlepels gembersiroop - 1 ei - 20 gram gesmolten boter - ca. 250 ml lauwwarme melk

Voorbereiding (een of meer dagen van tevoren): Maak eerst alvast de 'greinsuiker': Strooi de kristalsuiker op een snijplank en roer er wat kaneel door. Bedruppel met water tot alle suiker nat is (ca. 1 eetlepel). Spreid de suiker uit en laat drogen. Tijdens het drogen evt. af en toe doorroeren, zodat er vanzelf brokjes ontstaan.
Voorbereiding brooddeeg: Roer tarwebloem, zout en gist door elkaar. Voeg de gembersiroop, het ei en de gesmolten boter toe samen met iets meer dan 200 ml lauwwarme melk. Roer alles snel door elkaar. Het deeg moet te roeren zijn en er mogen geen droge ingrediënten meer zichtbaar zijn. Als dat wel zo is, nog iets melk toevoegen. Dek de kom af (zorg ervoor dat er evt. lucht kan ontsnappen) en laat bij kamertemperatuur staan. Zet na 2 uur de kom met het gerezen deeg in de koelkast. 

Bereiding: Vet een kleine brood- of cakevorm in (bestrooi eventueel met kristalsuiker). Een ronde springvorm van 20 cm doorsnede kan ook. Haal het deeg uit de koelkast, haal het met behulp van een deegschraper uit de kom en laat het vallen op een bebloemd werkvlak. Vorm er een vierkant/rechthoek van zo lang als de vorm. Bestrooi het deeg met een beetje bloem tegen het plakken, doe dit zo vaak als nodig is. Werk er voorzichtig (om niet te veel lucht uit het deeg te halen) de stukjes kaneelsuiker door: bestrooi de bovenkant van de lap deeg met een gedeelte van de suiker, vouw de zijkanten naar het midden, druk het een beetje uit en herhaal dit totdat bijna alle suiker in het deeg zit, bewaar het laatste restje suiker om over de bovenkant te strooien. Rol het deeg op en leg het in de vorm. Bestrooi met de rest van de kaneelsuiker. Dek de vorm af en laat - het liefst op een warme plaats - nog 30 tot 45 minuten rijzen. Bak het brood bij 180 graden Celsius zo'n 40 minuten of totdat het gaar is. (Daarbij komt een kernthermometer heel goed van pas: brood is gaar als de binnenkant tussen de 88 en 93 graden Celsius is).  

  • In plaats van greinsuiker kun je ook gewoon kristalsuiker met wat kaneel erdoor gebruiken. Gebruik dit op dezelfde manier als de greinsuiker, het verschil proef je niet of nauwelijks!
  • Gebruik in plaats van gembersiroop 1/2 theelepel gemberpoeder
  • De hoeveelheden laten zich eenvoudig verdubbelen voor een groot brood, dat in een grote/normale broodvorm kan worden gebakken. Houd er rekening mee dat de baktijd toeneemt: voor een groot brood ca. 1 uur

maandag 11 februari 2013

Veelzijdig keukenattribuut

Hoewel een voedselthermometer niets anders is dan een instrumentje waaraan je kunt aflezen welke temperatuur je eten heeft, en de Achterbergen er ook prima ruim 20 jaar zonder konden, zijn wij sinds afgelopen vrijdag toch in het trotse bezit van zo'n ding.

In de eerste plaats voor het brood. Als je al je broden zelf bakt, nogal eens experimenteert met nieuwe dingen, en met variabele vormen, en er heel soms achterkomt dat het brood niet lang genoeg is gebakken - of juist te lang - dan wordt het misschien tijd voor een objectieve manier om te kijken of het brood gaar is. Dat is zo als de binnenkant van het brood zo ongeveer 95 graden Celsius is. (Op Amerikaanse sites wordt gezegd dat het minimaal 190 graden Fahrenheit moet zijn, dat komt overeen met 88 graden Celsius - zal ook wel goed zijn). Hoe dan ook, de Achterbergen hoeven geen gloeiendhete broden meer uit de vorm te halen om op de onderkant te kloppen. De thermometer kan in het brood worden gestoken als de baktijd nog een kwartier of zo duurt, en geeft vanzelf een signaal als de ingestelde temperatuur is bereikt.

Wat ook kan met de thermometer, is de temperatuur weergeven van de binnenkant van een groot stuk vlees. Dat zal best nog eens van pas komen, want de Achterbergse rollades blijken maar al te vaak niet gaar van binnen, en moeten dan doorgesneden en plat neergelegd nog een poosje doorbraden.

En een geniepig stemmetje vertelde me dat we nu eindelijk eens konden proberen om zelf suikergoed te maken. Hetgeen gebeurde. Een recept voor fudge was gauw gevonden, en getuige de foto is het ook nog aardig gelukt. Helaas - of liever: gelukkig! - viel de smaak toch een beetje tegen. Te bros. Het lijkt meer op borstplaat dan op de fudge zoals we die uit de winkel kennen. Gelukkig maar, anders denk ik dat de verleiding om elke week fudge te maken wel heel groot zou zijn.
En ga me nou alsjeblieft geen tips geven over welke recepten er lekkerder snoepgoed geven: we willen het voorlopig niet horen!

Zou ik nog bijna vergeten dat deze thermometer niet uitgezet kan worden. Hij geeft dus altijd de temperatuur aan, als we hem niet gebruiken is dat dus de temperatuur van de keuken. En wat denk je? Staan wij gewoon altijd ons brood te smeren bij 15 graden! Bikkels he?

vrijdag 8 februari 2013

Drakenstaarten

Hoe vaker je met niet-kneden deeg werkt, hoe beter je gaat begrijpen hoe je het deeg kunt laten doen wat je wilt. Niet-kneden deeg is door het hoge vochtgehalte slap, en heeft heel erg de neiging om uit te dijen tijdens het bakken net als ik. Je leert vanzelf af om recepten klakkeloos op te volgen waarin hele plakken ham worden meegerold. Het houdt het deeg gewoon tegen tijdens het uitdijen en dan wordt het niet mooi. Niet-kneden stokbroodsoorten zullen waarschijnlijk nooit zo'n mooie ronde onderkant hebben als hun bewerkelijke, minder vocht bevattende, broeders of zusters, toch is er een manier waarop de 'schade' beperkt blijft. Al zeg ik het zelf. Kijk maar in het hiernavolgende recept. En ach, al zijn ze wat uitgezakt soms, gaat het niet om de smaak?

De naam drakenstaart (dragon tail) kwam ik tegen toen ik ergens de pain d'épi aan het bekijken was (pain d'épi is een soort stokbrood in de vorm van een korenaar). Beide broodsoorten krijg je door een langwerpig stuk deeg in te knippen. Bij pain d'épi worden de stukjes deeg beurtelings naar links en naar rechts gelegd, bij de drakenstaart wordt elk ingeknipt stukje teruggevouwen in een soort krul. Je kunt beide verwerkingen heel mooi bekijken op dit filmpje.

De Japans/Nieuw-Zeelandse Makoto inspireerde mij met dit recept, waarbij ze het deeg voor de drakenstaarten vulde met knoflookboter, chilisaus en salami. Omdat niet-kneden deeg van zichzelf al zo slap is, koos ik voor droge kruiden in plaats van chilisaus, de knoflookboter liet ik helemaal weg en de salami verving ik door in reepjes gesneden snijworst. Het resultaat was een heerlijk pittig brood, waarvan je makkelijk stukjes af kunt breken. Echte drakenstaarten dus!


Pittige drakenstaarten

Van niet-kneden deeg van 500 gram meel maak je vier drakenstaarten. Per drakenstaart 2 plakjes snijworst, cayennepeper en paprikapoeder.

Bestrooi het werkvlak ruim met bloem. Verdeel het deeg in gelijke stukken (ik had een kom met deeg gemaakt van 500 gram meel, die ging in z'n geheel op z'n kop, ik strooide er nog wat bloem over (want o, wat is het anders plakkerig), maakte er een mooie rechthoek van en knipte die in vier stukken).
Bekijk bovengenoemd filmpje ook voor de verwerking!

Neem een stuk deeg, maak daar met je handen (of een deegrol) een kleine platte rechthoek van. Bestrooi deze met cayennepeper en paprikapoeder naar smaak. Vouw het deeg in drieën: eerst het linker stuk over het midden, daarna het rechter stuk over het (dubbele) midden. Kijk naar bovengenoemd recept van Makoto als je het niet snapt, zij heeft een heleboel foto's geplaatst. Gebruik nog wat meer bloem tegen het plakken en rol of duw het deeg uit tot het ongeveer 30 cm lang is (zo lang als onze bakplaat, natuurlijk kun je ook je eigen formaat bepalen) en zo'n 15 tot 20 cm breed. Snijd 2 plakjes snijworst in smalle reepjes en verdeel die over de deeglap. Rol het deeg in de lengte op en knijp de naad goed dicht. Leg de rol deeg op bakpapier op de bakplaat en bereid de andere drakenstaarten ook voor. Laat alles een half uur rusten bij kamertemperatuur. 

Verwarm de oven voor op 220 graden Celsius. Knip de deegrollen schuin in, zoals op tal van filmpjes op Youtube duidelijk te zien is, o.a. in bovengenoemd filmpje, en leg elk ingeknipt stukje naar achteren om. Ik deed dit omleggen met de schaar, omdat het deeg - nu val ik in herhaling - echt heel plakkerig is. Kijk gewoon wat handig is, misschien vind je het handiger om de rol voor het inknippen nog even zachtjes met wat bloem in te wrijven. Duw het bakpapier aan weerskanten van de drakenstaarten omhoog, zodat het deeg in een geultje ligt (geïnspireerd door de stokbroodvormen die te koop zijn). Dit ter voorkoming van het uitdijen. Een soort corset dus. Bak de drakenstaarten tot ze een mooi bruin kleurtje hebben, ongeveer 25 minuten.

NB Het achterste broodje op de foto is een wel uitgedijde pain d'épi, voor het bakken bestrooid met geraspte kaas. Ook lekker.


donderdag 7 februari 2013

Een teer onderwerp

Gisteravond tijdens onze samenkomst werden we verrast met het bericht van een verloving. Geweldig, als twee jonge mensen het met elkaar eens zijn geworden, en hun leven samen met God willen leiden.

Wat in 'onze' gemeente heel normaal is, is denk ik toch ongelooflijk bijzonder, maar ik weet niet goed hoe ik het onder woorden moet brengen. Ik wil niet uit de hoogte overkomen, als een alwetend iemand die zal vertellen hoe het moet. Lees dit dus niet op die manier. Maar ik ben er wel heel dankbaar mee, voor mijzelf (als ik achterom kijk naar de tijd dat ik jong was), en voor onze kinderen. Wij hebben namelijk geen verkeringstijd, geen vriendjes waarmee het aan en uit gaat, of jongeren die een hele serie partners uitproberen tot ze de juiste hebben gevonden. Geen geflirt en stiekem gedoe. En dat is heel erg veilig voor alle opgroeiende jongeren. De meeste van hen hebben een heerlijke tijd waarin ze hun aandacht en energie kunnen geven om bijvoorbeeld te helpen met het kinderwerk. Jongens gaan over het algemeen om met jongens, en meisjes met meisjes, en als er gezamenlijk dingen worden ondernomen, dan is dat in reinheid, zonder bijbedoelingen.

Als iemand eraan toe is om een levenspartner te zoeken, dan is daar de bijbeltekst uit 1 Tess 4: "Want dit wil God, ... dat ieder uwer in heiliging en eerbaarheid zijn vat (= partner) wete te verwerven". Hoe ieder dat doet, is aan henzelf uiteraard, maar het moge duidelijk zijn dat dit niet voor het oog van het publiek gebeurt. Er kan bijvoorbeeld een periode van nadere kennismaking zijn, voordat duidelijk is of het iets wederzijds kan worden. Als de twee het dan met elkaar eens zijn geworden, na korte of langere tijd, dan volgt er een grote stap: een verloving, die binnen de gemeente wordt bekendgemaakt. En gisteren was het dus zover voor twee jonge mensen.

Met dat ik dit schrijf, besef ik hoe mijlenver dit af moet staan van de realiteit van de allermeeste mensen, maar weet je wat? Ik ben diep dankbaar hiervoor. Ik ben zelf niet zo trots op hoe ik het zelf heb gedaan (mijn man is niet in de gemeente opgegroeid, maar we leerden elkaar via het werk kennen en bij ons ging het iets anders dan hierboven omschreven), maar ik ben ZO ONGELOOFLIJK DANKBAAR dat hij wel de enige partner is die ik ooit heb gehad. Dat ik geen herinneringen heb aan vroegere vriendjes of relaties. En dat heb ik wel te danken aan hoe ik ben opgegroeid.
Voor onze kinderen ben ik blij dat ze eerst mogen leren om stabiele individuen te worden, in staat om hun eigen leven te leiden (met God als ze dat willen). Zodat zij, als zij eraan toe zijn, zonder ballast kunnen beginnen aan hun huwelijk.

Ik heb erover getwijfeld of ik de mogelijkheid tot reageren op dit blogje zou uitzetten. Ik laat het toch maar aan, omdat ik niet zoveel reacties verwacht. Behandel - als je graag wilt reageren - dit onderwerp met voorzichtigheid.

woensdag 6 februari 2013

Tadaaa

Mijn verjaardagscadeau van André is niet zo romantisch, maar wel superpraktisch, en iets waar ik nog heeeel lang plezier van hoop te hebben: een stofzuiger!

Dit is een lang verhaal, dat ik opschrijf om andere mensen te helpen die op zoek zijn naar informatie over stofzuigers. Je weet wel, zoals ik de laatste tijd eindeloos heb geprobeerd om nuchtere informatie te vinden. Als je daar niet in geïnteresseerd bent, kom dan morgen maar terug voor een ander blogje.

Al jaren lang wilde ik graag een stofzuiger zonder zak. Het liefst een Dyson, omdat die volgens ingewijden echt de beste was. André kwam met een Philips terug, ook zonder stofzak (dit was dus jaren geleden), maar ik wist niet of ik daar nou zo blij mee was. Er zat een papieren harmonicafilter in, dat je elke paar dagen moest uitkloppen, waarbij grote wolken stof rondvlogen. Dat ging me steeds meer tegenstaan, dus toen ik me liep af te vragen wat ik nou echt graag wilde hebben, stak die andere zakloze stofzuiger toch weer z'n kop op. Dyson stofzuigers hebben filters die je onder de kraan kunt schoonspoelen. Een keer per x aantal maanden.

Helaas is het nog niet zo handig om op internet erachter te komen wat nou de beste is. En of er nog addertjes onder het gras zitten, in de vorm van HEPA filters die je na een paar jaar moet vervangen of zo. Toen ben ik met Chris bij de Saturn geweest, waar een aardige verkoper een heleboel kon vertellen over de Dyson stofzuigers (let op, ik zit nog bij het Dyson-gedeelte van dit verhaal). Een minpunt vond hij dat alles aan de Dyson van kunststof is, ook de stang. Hij had wel meegemaakt dat de onderdelen door niet al te voorzichtig gebruik stuk gingen. Oeps, dat was voor mij ook een minpunt. En volgens hem moesten de HEPA filters ook elke twee jaar worden vervangen, à 60 euro. Oeps, nog een minpunt (op de Dyson site staat trouwens dat de filters levenslang zijn). Ik wist het nu even niet meer, dankte hem hartelijk voor de informatie en zei dat ik er nog even over moest nadenken.

Alwaar thuis opnieuw het gezoek op internet begon. Na het intypen van de term 'beste stofzuiger' of zoiets, kwam ik op deze site. Dat het de consumentenbond betreft en een Duits stofzuigermerk, laten we voor het gemak maar even buiten beschouwing. Trouwens, als je de twee stofzuigermerken met elkaar wilt vergelijken, kun je ook naar dit filmpje kijken. Hoewel je je daarbij ook weer kunt afvragen aan welke kant de maker van het filmpje staat.

Ach, uiteindelijk zullen alle stofzuigers wel doen wat je ervan verwacht. De zuigkwaliteit gaf dus niet de doorslag. Wel de prijs. De Bosch Roxx'x is aanmerkelijk goedkoper dan de Dyson. En niet helemaal van kunststof. Bovendien een heel stuk stiller: je zet de zuigkracht meestal op halve kracht, waarmee hij het nog steeds uitstekend doet, en dan is het echt een stil geluid, best prettig!
Het filter hoeft niet te worden schoongemaakt. Nooit. Deze versie van de Roxx'x klopt het filter zelf uit als het verstopt zit. En het HEPA-filter, dat levenslang meegaat, kan in geval van extreme vervuiling onder de kraan worden schoongemaakt. Dus geen stofwolken meer, heerlijk!!
O ja, het kierenmondstuk van deze stofzuiger is smaller dan die van onze vorige stofzuigers. Dus kan ik EINDELIJK de goot van de schuifpui echt schoonzuigen.
Nadeel van deze stofzuiger is misschien zijn gewicht. Hij is een stuk zwaarder dan onze Philips. Maar eigenlijk hoef ik hem niet zo vaak te tillen. Boven houden we (voorlopig) nog de andere.

Ik weet niet of ik al mijn overwegingen nu gehad heb, maar het blogje is wel lang genoeg zo. Mocht er iemand nog een vraag hebben, dan kan dat altijd nog via het reactieveldje hieronder.

En mocht je je nu afvragen welke stofzuiger het nou is geworden: de Bosch Roxx'x BGS61832NL!

dinsdag 5 februari 2013

Wat moet ik vragen c.q. wat moet ik geven

Het dagelijks leven bij de Achterbergen lijkt volgens de blogberichten uitsluitend uit het bakken van brood te bestaan. Dat is niet waar. Maar ja, je moet kiezen. Tegenwoordig bak ik nou eenmaal graag, en dat wil ik graag delen. Vandaag laat ik de cadeautjes zien die ik vorige week op mijn verjaardag heb gekregen van de kinderen. Zoals elk jaar, is het lastig om iets te verzinnen wat ik echt nodig heb. Ik was dan ook heel blij toen een van de Achterbergen een poosje geleden een paar toetjesschaaltjes stuk liet vallen. Had ik eindelijk iets om voor mijn verjaardag te vragen!

Twaalf nieuwe schaaltjes dus. Een tikje kleiner dan de vorige (die ook gewoon in gebruik blijven). De Achterbergen houden van vla na het eten, zonder yoghurt. Dat mocht nooit van mij, helemaal  niet toen we nog van die grote dessertschaaltjes hadden. Tegenwoordig doen we het anders: kleine schaaltjes met vla. Behalve voor mij, ik doe niet mee met toetjes. Hier ben ik dus echt blij mee.

Wat ik heel graag wilde hebben, is een Deense deegklopper. Aanbevolen door makers van niet-kneden brood. Hier was ik ook erg blij mee. Voordat je zelf ook zo'n ding aanschaft: als ik heel erg eerlijk ben, gaat het met een gewone (kunststof) pollepel net zo makkelijk. Maar ik zal deze deegklopper met genoegen blijven gebruiken. Hij is makkelijk schoon te maken ook.

Heel erg leuk is het als je oudste kinderen zelf dingen gaan bedenken om te geven. Van Irene kreeg ik de enorme soepkom. Ik eet er bijna elke dag mijn avondeten uit. Omdat ik op dieet ben, eet ik anders dan de rest van de Achterbergen. Bevalt me gewoon goed. Meestal gesmoorde groenten met tomatenblokjes uit blik en een ei erdoor. Het wordt een soort soepachtig geheel, dus zo'n kom komt goed van pas. En hij zit echt boordevol.

Erbij twee pannelappen (op de foto slechts één, de andere zit in de was). Ook zoiets. Pannelappen vind ik duur. Dat zit gewoon in me, dat ik zoiets gauw duur vind. Misschien omdat ik ze ook gratis zelf zou kunnen maken van restjes stof die ik wel in huis heb, maar waarvoor ik dan weer de tijd niet wil nemen. Laatst had ik er eentje gebreid van een oud T-shirt, maar Irene vond het eng, omdat er in breiwerk toch altijd kleine gaatjes zitten. Vandaar dus. De oude versleten pannelappen heb ik direct weggegooid.

De grote jongens hadden hun handen ineengeslagen en kwamen met twee verrassingen thuis. Een glazen pot voor de rijstewafels. Onze oude blikken bus was gebutst en lelijk geworden, ik had al laten vallen dat ik een nieuwe wilde. Maar zó mooi had ik niet verwacht. Hij staat op het aanrecht te pronken. Toen Bart dat nog niet in de gaten had, stond hij op de kruk bij de kast en vroeg om een rijstewafel. Ik wees hem de nieuwe pot aan: kijk Bart, daar staan de rijstewafels nu. 'Nee', verbeterde hij me, 'rijstewafel'. En inderdaad, er zat maar één rijstewafel in de pot, net als op de foto.

En dan nog een mooi cadeau dat ze bij Rituals hebben gekocht: home fragrance sticks, je weet wel, van die bamboe stokjes die in een vloeistof staan, die langzaam verdampt en je kamer met een heerlijke geur vult. Een super verrassend cadeau, zoiets had ik niet verwacht. Ideaal ook om te geven: na een poosje is het op en ben je niet met nog een prul opgescheept. Hoe meer stokjes erin staan, hoe sterker de geur is. Je kunt het dus zelf aanpassen aan de grootte van je woonkamer en je persoonlijke smaak. Ik ben er ontzettend blij mee, ook met de uitgebreide mondelinge gebruiksaanwijzing die ik erbij kreeg. Het is voor mij een teken van hun liefde voor mij, dat ze zich zo uitgebreid hebben laten voorlichten, en dat gevoel komt elke keer weer boven als ik in de kamer ben en de vleugjes Witte Lotus langszweven.

Dit was nog niet alles. Mijn laatste cadeau, dat ik van André heb gekregen, bespreek ik een andere keer.

Niet-kneden uienbrood

Makoto is een Japanse die in Nieuw-Zeeland woont. Ze houdt van brood bakken en sinds twee en een half jaar schrijft ze daarover op haar weblog, in een leuk soort Engels. Echt, ze schrijft soms folk in plaats van fork. Vandaag kwam ik via via, zoals dat gaat, op haar weblog terecht doordat mijn interesse voor een bepaald soort brood was gewekt (dragon tail). Een van haar allereerste recepten is uienbrood, haar recept vind je hier. Ter plekke besloot ik dat gisteren te gaan maken, verzon snel een boodschap en haalde gelijk de benodigde crème fraîche. Voor deze gelegenheid roerde ik snel een extra deeg door elkaar van wit meel, dat kon mooi na het rijzen nog een paar uur in de koelkast (niet-kneden deeg is beter verwerkbaar als het gekoeld is, hoewel het ook zonder te koelen kan), dan kon het brood in het begin van de avond gebakken worden, mooi op tijd voor de dinsdagse Achterbergse schoollunch.
Man man, ik wilde wel dat ik de geur hiervan op het blog kon zetten! Voor het gemak zet ik deze keer het volledige recept neer, dat een variatie is op het genoemde Japans/Nieuw-Zeelandse recept:

Uienbrood met crème fraîche

voor twee stuks van ongeveer 40 x 30 cm
= 8 grote porties

ingrediënten voor het deeg:
500 g meel (broodmeel of bloem)
2 tl droge gist
1 tl zout (of 1/2 el grof zeezout)
400 ml water

voor de vulling:
3 uien, fijngehakt
scheutje olie
1/2 kippenbouillonblokje
1 bekertje (200 ml) crème fraîche

Voorbereiding (kan een aantal dagen van te voren):
Roer alle ingrediënten voor het deeg snel door elkaar in een kom tot er geen droge bloem meer zichtbaar is. Het deeg moet een beetje uitzakken. Dek de kom af en zet hem 2 uur bij kamertemperatuur. Nu kan het deeg verder worden verwerkt, maar het is beter om het een tijdlang in de koelkast te zetten (dan kun je het makkelijker verwerken, en het is ook wel heel makkelijk dat je niet steeds op de klok hoeft te kijken en het ook niet erg is als er wat tussenkomt. Het deeg schijnt 14 dagen goed te blijven, maar zover zijn wij zelf nooit gekomen).

Verhit voor de vulling een scheutje olie en bak daarin de gesneden uien zachtjes uit tot ze glazig en een beetje bruin zijn. Snijd het halve bouillonblokje fijn (of gebruik bouillonpoeder) en voeg dat toe, samen met de crème fraîche. Roer alles goed door elkaar en laat afkoelen.

Bestrooi een werkvlak met bloem en laat het gerezen deeg erop vallen. Verdeel het deeg in twee stukken, neem bloem in je handen tegen het plakken en vorm van elk stuk een mooie bal. Leg elke bal deeg op een met bakpapier beklede bakplaat en duw beide stukken deeg uit tot een mooie rechthoek van 6-8 mm dikte. Gebruik steeds wat bloem als het begint te plakken. Verdeel de vulling over de twee rechthoeken en laat alles een half uurtje rusten.

Bak de uienbroden in ongeveer 30 minuten gaar bij 200 graden Celsius.

  • sommige Achterbergen zijn niet dol op de crème fraîche in het 'beleg'. Daarom gaan we ook nog variëren - kan niet beter!

maandag 4 februari 2013

Glutenvrije instantbroodjes

Het is en blijft lastig om lekker glutenvrij brood te vinden. Zo af en toe ga ik daarom op zoek naar weer een nieuw recept. Op de niet-kneden site van Artisan bread in five minutes a day wordt beweerd dat ze heerlijk glutenvrij brood kunnen maken, en omdat mijn vertrouwen in hen ver ging, ging ik ook ver om de in Nederland ongebruikelijke ingrediënten in huis te halen die daar gebruikt worden, zoals sorghummeel (een verrassend goedkoope meelsoort die ik via internet heb besteld) en tapiocabloem (bij de toko, ook goedkoop). Helaas werd het niet-kneden glutenvrije brood bij de Achterbergen niet zo'n groot succes. En zitten we met een nog niet eerder geëvenaard aantal aangebroken verpakkingen glutenvrije melen. Geen punt hoor, in allerlei vormen en in stukjes en beetjes komt het hopelijk allemaal binnen de houdbaarheidstermijn op.

Een recept dat ik in een aantal variaties al een paar keer heb gemaakt, vond ik hier. Het grote voordeel is dat je binnen een half uur nadat je tevergeefs een greep in de diepvries hebt gedaan voor glutenvrij brood, een stuk of zeven broodjes uit de oven kunt halen.
Wij mixen een aantal glutenvrije melen, gebruiken yoghurt in plaats van kwark, en bakken de broodjes in van  die eenpersoons witte souffléschaaltjes, omdat het deeg met yoghurt wat slapper is dan met kwark, en daardoor lijken de broodjes wel wat op muffins.

Glutenvrije instantbroodjes

Verwarm de oven vast voor op 190 graden Celsius. Meng in een kom 250 g glutenvrij meel met 250 g yoghurt, 1/2 theelepel zout, 1 zakje bakpoeder en 1 ei. Verdeel het mengsel over zeven souffléschaaltjes of andere eenpersoons bakvormpjes. Als je een wat steviger deeg maakt (minder yoghurt of meer meel), kun je er ook broodjes van vormen en die op bakpapier leggen. 
Bak de broodjes in ongeveer 20 minuten gaar. Laat ze in de vormpjes nog even staan, dan kun je ze er daarna makkelijk uithalen. Ik vet de vormpjes trouwens niet in.

vrijdag 1 februari 2013

Knoflookbroodjes

Het experimenteren met niet-kneden deeg gaat nog steeds vrolijk door. En meestal gaat het nog goed ook. Niet iedereen is overal even gecharmeerd van, maar dat is niet meer dan logisch.

Gaandeweg word ik ook minder onzeker, zoek niet overal voor naar ondersteunende informatie van professionele bakkers. Want wat moet je hiermee? Zoek je op wanneer het deeg voldoende gerezen is (tweede rijs). De een (al jaren professioneel bakker) schrijft: als je met je vinger in het gerezen deeg duwt en het putje blijft staan, dan is het voldoende gerezen. Als het terugveert, laat het dan nog even doorrijzen. De ander (al jaren een even professioneel bakker) schrijft: als je met je vinger in het gerezen deeg duwt en het veert weer terug, dan is het voldoende gerezen. Ja, zeg! Moet ik concluderen dat het niet uitmaakt? Scheelt wel een hoop stress. We maken de broodjes gewoon wanneer we tijd en zin hebben, laten ze eventueel wachten tot ze de oven inkunnen, en bakken ze af op het moment dat het ons uitkomt. Zó relaxed! Geweldig eigenlijk, die tegenstrijdige informatie!

De broodjes van dit recept heb ik gemaakt met ons normale basisdeeg: half volkoren, half tarwemeel, waarvan zo'n beetje altijd een bak vol/halfvol in onze koelkast staat. Het recept voor dat basisdeeg vind je hier. Ik heb even geaarzeld om het recept te plaatsen, omdat het anders werd dan ik me had voorgesteld, maar omdat ze toch wel heel lekker werden, doe ik het toch.

Knoflookbroodjes

Neem een handvol basisdeeg en leg dat op een met bloem bestrooid werkvlak. Vorm er met bebloemde handen kleine, iets langwerpige bolletjes van en laat die een half uurtje rusten bij kamertemperatuur.
Knip de bovenkant van de (iets gerezen) broodjes in en vul de knip met kruidenboter (wij hadden roomboter met een geperste teen knoflook en aardig wat peterselie door elkaar geroerd). Bak de broodjes 25-30 minuten op 200 graden.