dinsdag 31 mei 2016

Goed huwelijk uit een boekje

De Achterbergen hebben een goed huwelijk. Dat kan ik met een gerust hart zeggen, want dit jaar is het alweer 25 jaar geleden dat dit huwelijk begon. Wij zijn niet elkaars soulmates-zonder-dat-het-ook-maar-een-beetje-moeite-kost, en deze 25 jaar zijn dan ook een aardige leerschool geweest.

Een van de dingen die daarbij fantastisch hebben geholpen, is het boek "de 5 talen van de liefde" van Gary Chapman. Een enorm verhelderend boek dat je laat begrijpen waarom jouw pogingen om de ander jouw liefde te bewijzen soms niet zo aankomen als je bedoelt, en wat je kunt doen om het wel te laten aankomen.

Gary Chapman heeft ontdekt dat er binnen de liefde verschillende talen en dialecten ontstaan, en als je een goed huwelijk wilt hebben, zul je erachter moeten komen welke van die talen bij jouzelf past, en welke van die talen bij je partner. Een van die talen is bijvoorbeeld cadeaus krijgen. Als dat jouw belangrijkste taal is, dan heb je waarschijnlijk als kind al extra veel waarde gehecht aan cadeaus. Je koesterde ze, en gaf ze een speciaal plekje. En als je iemand wilde laten zien hoeveel je hem of haar waardeerde, zocht je met zorg een cadeau voor diegene uit.
Een ander heeft niets met cadeaus, maar gedijt extra goed op positieve woorden. En zo beschrijft hij nog drie andere hoofdtalen: samen zijn, aanraking, en dienen.

Veel mensen denken dat de taal die zij zelf spreken, ook de taal van hun geliefde is. Ze geven hun echtgenote bijvoorbeeld voortdurend cadeaus en komen om de haverklap met bloemen thuis. Maar als die echtgenote als hoofdtaal de taal van het samen zijn heeft, en eigenlijk veel liever heeft dat haar man tijd voor haar neemt om samen te zijn, dan komen die liefdesbetuigingen niet echt aan. Sterker  nog, ze kan gaan denken dat haar man niet echt van haar houdt, omdat hij haar behoefte niet begrijpt en er al helemaal niet aan voldoet. Het wrange is dat de taal die je als hoofdtaal hebt, ook het gebied aangeeft waarop je het diepst gekwetst wordt. Iemand die als hoofdtaal positieve woorden heeft, wordt ongelooflijk hard geraakt door negatieve woorden, meer dan anderen. En iemand die als hoofdtaal aanraking heeft en de partner weigert dit op belangrijke momenten, zal er serieus aan denken of er geen punt achter het huwelijk gezet moet worden.

André en ik hebben dit boek samen gelezen. We zijn er allebei  niet helemaal van overtuigd welke van de vijf talen onze eigen hoofdtaal is, toch was het een enorme eye-opener om te begrijpen dat de behoefte van de ander op een heel ander gebied kan liggen dan je eigen behoefte. Gary schrijft verder dat liefhebben een keuze is, niet alleen maar een gevoel. Je kunt ervoor kiezen om de taal van je partner te leren spreken, zodat jouw liefde aankomt. Vanuit persoonlijke ervaring kan ik zeggen dat dit werkt.

Gary Chapman heeft meer boeken geschreven. Liefde is er bijvoorbeeld ook tussen ouders en kinderen, en hier gelden dezelfde talen. Wil je dat je liefde bij je kind aankomt, dan moet je zijn of haar hoofdtaal van de liefde leren spreken. En je begrijpt waarom het ene kind veel harder geraakt wordt door bijvoorbeeld boze woorden dan het andere. Ook dit boek (De 5 talen van de liefde van kinderen) kan ik vanuit persoonlijke ervaring van harte aanbevelen!

zaterdag 21 mei 2016

Teamplayer

De Achterbergen zijn niet het schoolvoorbeeld van teamspelers. Groepsopdrachten op school zijn altijd lastig - een Achterberg doet de dingen nou eenmaal liever alleen. Daar ben ik zelf geen uitzondering op. Daarom ben ik gisteren ook zo verbaasd geworden over wat ik 's middags heb meegemaakt.

Op mijn werk werd een teamsessie gehouden met een begeleider van buitenaf. Zoals jullie misschien weten, werk ik sinds half maart voor het uitzendbureau bij een grote organisatie. Het is een wasserij waar bedrijfskleding wordt gewassen, en ik werk - heel stoer - op de afdeling waar de vuile kleding wordt gesorteerd en in van die grote waszakken verder wordt gestuurd naar de wasmachines. Hier werken acht mensen, waarvan zeven mannen. En ik. Hoewel ik aan deze kant van de afdeling pas ongeveer een week zit, hoor ik natuurlijk wel bij het team, en zaten we de hele middag in de kantine met deze begeleider.

We kregen onder andere een interessante opdracht. Ons werd verteld dat we als team in de woestijn gestrand waren met een vliegtuig. We wisten onze lokatie niet en uit het uitgebrande vliegtuig waren slechts 15 voorwerpen gered, variërend van zouttabletten tot aan een zaklantaarn en een regenjas. Aan ons de vraag om die voorwerpen ieder voor zich op volgorde van belangrijkheid te zetten. In stilte. Hierna moesten we als team de volgorde van deze 15 voorwerpen bepalen, in 12 minuten. Op zich was dit al heel interessant en ging ik begrijpen dat de begeleider een superinteressant beroep heeft. Hij ging namelijk zitten observeren hoe wij dit als team deden - en kwam later tot verrassend scherpe en rake opmerkingen hierover. Die ik hier trouwens niet zal herhalen.

Nu is het zo, dat er een "officiële" lijst bestaat van de volgorde van belangrijkheid van deze 15 voorwerpen, opgesteld door experts. Deze werd ons gedicteerd, en vervolgens moesten we allemaal gaan uitrekenen hoeveel wijzelf individueel - en hoeveel wij als team - afweken van de rangorde van de experts. Ik weet niet of ik het duidelijk genoeg heb verteld, maar uiteindelijk krijg je dus twee getallen: als team weken wij 62 punten van de officiële lijst af, en individueel was dat een ander getal, voor mij 64. Er waren maar twee personen die onder de 62 zaten, de meesten zaten erboven, sommigen zelfs ver. Wat is hiervan nu de conclusie? De overlevingskansen in de woestijn zijn voor de allermeesten groter als ze als team opereren, omdat we als team een betere score hadden dan de mensen individueel.

En nu ben ik dus (voor het eerst?) echt gemotiveerd om een teamplayer te zijn.