vrijdag 3 april 2020

In je behoeften voorzien

In vervolg op het blogje van gisteren, waar ik schreef over dat je soms juist krijgt wat je wilt als je loslaat of je het wel zult krijgen, heb ik zitten nadenken over hoe dit nou werkt, en waarom.

Eigenlijk is het bij mij meestal zo dat als ik gefrustreerd raak, dat dit is omdat iemand anders niet doet wat ik wil. Mijn zoon gaat bijvoorbeeld niet lief spelen, maar gaat zich zitten vervelen. De toeziend voogd schrijft geen aanbeveling voor de woningbouwvereniging. De urgentiecommissie wil me niet inschrijven. De kennissen die ik om onderdak heb gevraagd, en die daar een hele fijne voorziening hebben, antwoorden dat ze het niet willen. En ga zo maar door.

Ik geloof dat loslaten betekent dat je de eis aan de ander loslaat. De ander mag zijn zoals hij of zij is. Ze hoeven niet te doen wat ik wil. MAAR onder mijn eis of verzoek zat wel een behoefte. Soms is het even zoeken welke behoefte ik heb willen vervullen met mijn verzoek, maar vaak is dat bijvoorbeeld behoefte aan erkenning of respect. Als ik wrijving ondervind met de pleegouders van mijn kind, en dat gaat ook nog eens richting voogd, dan doet dat erg veel pijn, omdat mijn behoefte aan erkenning niet wordt vervuld. Natúúrlijk wil je graag erkenning, maar niemand is verplicht om in mijn behoefte te voorzien. Dit is één van de basisregels van de geweldloze communicatie.
Als ik eenmaal besef dat dit is wat er onder mijn pijn of boosheid zit, dan kan ik het veel makkelijker loslaten. Want mijn behoefte aan erkenning kan ook op andere manieren worden vervuld. Er zijn meer dan genoeg mensen die daarvoor zorgen, maar bovenal zoek en voel ik de erkenning van God, en eigenlijk is dat al helemaal voldoende.

In Filippenzen staat dat God in al mijn behoeften naar Zijn rijkdom rijkelijk zal voorzien. AL mijn behoeften. Er is geen mens van wie ik dit nog hoef te eisen.

Ik denk dat het zo werkt: als ik mijn eis loslaat over de manier waaróp Hij in mijn behoefte moet voorzien (en wanneer), dan krijgt Hij eindelijk van mij de ruimte en de gelegenheid om het te geven op de manier de Hij zelf had bedacht.

Morgen nog even verder over dit onderwerp.

donderdag 2 april 2020

Als je loslaat, gebeurt het juist

Weer zoiets raars. Als je iets heel erg graag wilt, dan gebeurt het niet. Maar op het moment dat je zegt: oké, ik laat het helemaal los, dan gebeurt het juist!

Inmiddels heb ik al vele malen ervaren dat het zo werkt, en elke keer weer verwonder ik me erover. Zo had ik laatst een kind in de auto dat zich ontzettend verveelde. Hij zat op de achterbank en ik reed. En ik voelde me er niet prettig bij, want ik had nog steeds ergens het idee dat ik verantwoordelijk was voor zijn gevoel. Dat ik moest zorgen dat de sfeer prettig was, of dat ik hem moest entertainen. En dat lukte niet. Alle opties die ik hem aan de hand deed, werden afgewezen.

Dus ik reed zwijgend verder, en begon mezelf af te vragen wat er nou eigenlijk aan de hand was. En natuurlijk zag ik dat hij gewoon het recht heeft om zich een tijdje niet prettig te voelen. En wat ik daarbij voor hem kon doen, was het hem gunnen. En ik liet het los.

PRECIES op dat moment begon hij op een heel andere toon te praten. Levendig, niet meer verveeld. "Mama, later ga ik meedoen aan De Alleskunner, en dan ga ik winnen". Volgens hem zou de prijs zijn dat je een jaar lang alles mocht uitgeven wat je maar wilde, met miljoenen euro's tegelijk, en vervolgens kregen we een heerlijk fantasierijk gesprek over wat je allemaal met dat geld zou kunnen doen.

Nog zo'n verhaal?
Vorig jaar zou ik met mijn broers en zussen uit eten gaan voor mijn 50e verjaardag. Ik zag ertegenop, omdat ik niet van elk van hen de steun ervoer die ik had gewild in die tijd. Zelfs oordeel. Ik was bang voor afwijzing. In die tijd had ik nog coaching, dit was uiteraard een zeer geschikt onderwerp voor een sessie. In die sessie leerde ik loslaten wat de anderen dachten. Ik stelde me voor dat ze mijn gedrag ook openlijk afwezen, en besefte dat de echte afwijzing minder erg zou zijn dan de angst die ik ervoor had gehad (omdat ik zeker was van mijn keuzes, en ook wist dat zij niet alles konden weten over de achtergronden ervan). In die sessie liet ik hen allemaal los.

En PRECIES toen kreeg ik zomaar een ontzettend lief bericht en aanbod van een van hen. Ik ben er zeker van dat mijn eigen loslaten hiervoor heeft gezorgd.
En we hadden trouwens een heel fijn, ontspannen etentje.

Nog zo'n verhaal?
Dat kun je zelf nalezen in de bijbel. Het gaat over iemand die werd gevraagd om zijn zoon te offeren. De zoon die zou zorgen dat de belofte zou uitkomen dat deze man nakomelingen zou krijgen, een groot volk. Wat gebeurde er? Hij gaf zich eraan over. En PRECIES op het moment dat hij het echt losliet, greep God in.

Is het leven niet mooi als je zulke dingen mag ervaren?

woensdag 1 april 2020

Hoe zit het nou?

Wat ik heel erg lastig heb gevonden om te gaan snappen, is hoe het nou zit met loslaten of juist handelen. Als de uitkomst van helende sessies is dat het allemaal goed is zoals het is op dit moment, dan ben ik weliswaar mijn frustratie kwijt over dat het niet anders is, maar moet het dan zo blijven? Mag ik er niets van vinden?

Nog steeds vind ik dit vaak lastig. Nu met de coronamaatregelen bijvoorbeeld. Een van de instanties heeft al bepaald dat de pleeggezinnen die bij hen aangesloten zijn, de deuren dicht moeten doen voor de biologische ouders. Dat betekent dat de omgang zoals we die hadden, waarin hele dagen zijn opgenomen, per direct is afgekapt. Ik ben hier ontzettend boos over geweest. En verdrietig. Want ik hoor óók dat je best op bezoek mag gaan, mits je je aan de regels houdt. En ik hoor óók dat kinderen van ouders in de vitale beroepen elke dag naar de opvang mogen, waar ze wellicht ook verschillende begeleiding treffen. En ik weet óók dat het helemaal niet eens de bedoeling is dat niemand meer besmet wordt, "alleen maar" dat het er niet te veel ernstige gevallen tegelijk komen, zodat er voldoende behandelcapaciteit blijft.

Wat ik in elk geval wél weet, is dat wat er nu zorgt voor onrust in mijzelf, dat ik daar wat mee kan. En dus heb ik mijzelf een helende sessie gegeven. Daarbij heb ik mijn frustraties, boosheid en verdriet gewoon de ruimte gegeven. Het was eigenlijk heel interessant om te merken dat mijn boosheid zich verplaatste, omdat ik besefte dat bijvoorbeeld de pleegouders óók niet zelf hiervoor hebben gekozen. Het is voor hen besloten. Dus gaat de boosheid richting de instantie. Maar die instantie moet niet alleen voor mijn situatie beslissen, maar voor alle pleeggezinnen, en ik denk eigenlijk dat ze gewoon hun best doen en proberen overal rekening mee te houden. En zo'n beslissing ook niet zomaar nemen. En dan gaat de boosheid richting God. Omdat Hij dit allemaal heeft toegelaten. En dan verdampt mijn boosheid, want God antwoordt ook. Hij wil mij helemaal niet straffen of zo.
En als ik kijk naar wat ik écht wil - contact met mijn kind - dan zijn er ook manieren waarop dat wel kan. Zo heb ik zondag een Zoom-meeting met mijn kind gehad. We hebben benoemd dat we allebei emoties hebben over de maatregelen, maar dat we mogen accepteren wat er voor ons is besloten. En we hebben een spelletje gedaan. Hij zat alleen op zijn kamer, dus het was echt één op één contact, en dat was waardevol.

Hier is nog veel meer over te zeggen, maar ik houd niet van lange lappen tekst. Wie weet morgen verder.

dinsdag 31 maart 2020

Kinderen in pleegzorg - emoties tonen

Daar zeg je me wat. Emoties tonen, dat is nogal een hoofdstuk. Emoties begrijpen, emoties toelaten, de hele bups. 

En als je dan zelf met veel moeite eindelijk doorhebt hoe belangrijk het is dat je je eigen emoties niet tegenhoudt, maar gewoon laat komen, zodat je gaat ervaren dat ze daarna echt weggaan in plaats van te blijven hangen en voor een steeds grotere druk zorgen, ga je beseffen dat dit HET grote probleem is van het hele gezin. 

Dat de kinderen zo weinig (of helemaal geen) emotie toonden toen ze zomaar bij hun ouders werden weggehaald en op andere plekken bij wildvreemde mensen werden ondergebracht, dat vond de voogd vreemd. 
Maar toen een van de kinderen op school niet altijd zo braaf en meegaand was, maar af en toe de aandacht trok met clownesk gedrag, dat vond ze ook vreemd. En de juf ook. 

En zo kan ik een lange post schrijven, wat ik niet doe want ik wil het zo schrijven dat het niet al te herleidbaar is naar de kinderen.

Dat ik zelf zo weinig emoties toonde (de eerste helft van het hele traject tot nu toe), dat vonden ze vreemd. Maar als ik dan een keer wel liet zien hoe hoog het me zat, dan was dat weer vreemd.

Begrijp je mijn frustratie en verbazing? Juist mensen in de hulpverlening zouden toch moeten begrijpen hoe belangrijk is dat de apathie eindelijk verdwijnt? Dat je zou moeten staan te juichen als er ergens iets van emotie te bespeuren is? 

Dr. Melillo schrijft in zijn boek Disconnected Kids, dat als kinderen (en dat geldt volgens mij net zo goed voor volwassenen) eindelijk de verbinding gaan maken die aan de basis van hun bestaan had moeten liggen, dat ze dan in een versneld tempo een gezonde ontwikkeling doormaken, inclusief bijvoorbeeld peuterpuberteit. Dat het dan heel fijn is, en toe te juichen, als een kind van 12 gedrag gaat vertonen dat bij gezond opgroeiende kinderen komt op 2-jarige leeftijd. En dat je ze ook zo moet behandelen alsof ze twee jaar oud zijn: hen laten uitrazen en niet berispen op dit gedrag. Dat ze dan pas de gelegenheid krijgen om ook weer door te groeien.

Ik ben ontzettend blij dat ik dit nu weet. Maar ik had het zo fijn gevonden als degenen die voor mijn kinderen zorgen dit ook wisten.....



maandag 30 maart 2020

Kinderen in pleegzorg - opvoedmethoden

Mijn kinderen zijn verdeeld over meerdere plekken, en dus heb ik ook te maken met zeer uiteenlopende opvoedmethoden. Dat heeft voor heel wat verwarring en frustratie gezorgd...

In het begin trok ik het me nog heel erg aan hoe anderen over mij dachten. Logisch, want ik wilde vanaf het begin laten zien dat de kinderen bij mij veilig waren, en vooral de voogd moest daar ook van overtuigd raken. Dat valt niet mee als de pleegouders van één kind duidelijk andere richtlijnen volgen dan ik - veel strakker - en niet rechtstreeks met mij communiceerden maar dat ging dan via hun eigen organisatie, die weer contact opnam met de voogd en die dan een mailtje aan mij stuurde dat er zorgen waren over iets wat ik had gedaan (of niet gedaan). Terwijl niemand gewoon aan mij vroeg wat er precies aan de hand was, en het in de allermeeste gevallen gewoon een opgeblazen zeepbel was die na opheldering uit elkaar spatte.

Op een van de andere plekken is de opvoedmethode juist veel losser dan die van mij. Dat vond ik eerst maar lastig te rijmen met de kritiek die er vanuit de ene kant via de voogd kwam. Diezelfde dingen zag ik namelijk gebeuren in het andere huis, maar dan nog een graadje erger.

Toch heeft juist dit verschil tussen de twee huizen mij laten zien dat ik zelf eigenlijk best oké was in de manier waarop ik met mijn kinderen omging. Misschien juist omdat ik er zo'n beetje tussenin zit.
En het heeft eigenlijk heel helend gewerkt om hier diep over door te denken, situaties van vroeger terug te halen en die te leggen naast wat ik bij hen meemaakte, te denken, te overdenken, en nog eens na te denken. En te concluderen.

Op de derde plek, waar twee pubers zaten (nu zit er nog één), zijn meerdere begeleiders. Met een aantal van hen heb ik een band opgebouwd, zodat ik bovenstaande dingen af en toe met hen kon bespreken. Van hen kwam - gelukkig - steeds meer waardering voor mijn standpunten, ook voor wat ik over de jongere kinderen vertelde. En wat de opvoeding van deze pubers betreft, heb ik eigenlijk altijd wel de indruk gehad dat ze mij zoveel mogelijk de regie lieten behouden en betrokken bij wat er gebeurde. Met hen heb ik het meest het gevoel dat ik het samen met hen doe. Wellicht komt dit doordat deze kinderen niet meer zo jong zijn, misschien komt het ook door de opzet van deze instelling, in elk geval ben ik er erg blij mee!

En ja, je hebt het goed gelezen, inmiddels is één van deze twee pubers full-time bij mij in huis!

zondag 29 maart 2020

Kinderen in pleegzorg - schuldgevoel

Er zitten heel veel kanten aan het hebben van kinderen in pleegzorg. Hierover kan ik de komende tijd schrijven. De redenen voor een uithuisplaatsing kunnen heel divers zijn, maar één ding hebben ze gemeen: de ouders zijn niet in staat om de kinderen voldoende veiligheid en stabiliteit te bieden in hun eigen situatie. Mooier dan dat kun je het niet maken. Je bent nu eenmaal samen gezaghebbend ouder, en het is je taak om samen een veilige situatie te scheppen.

Dat dit niet kon, was een enorme klap. En met het zicht dat ik nu heb, was het nog steeds niet te voorkomen. Je kunt alleen maar "goedgekeurde" ouders zijn, als je in staat bent om naar de behoeften van het kind te kijken en die te vervullen zonder dat je jezelf in de wielen rijdt door strijd met de andere ouder. En dat is wederzijds uiteraard. Zo'n strijd gaat altijd ten koste van de veiligheid, voorspelbaarheid en stabiliteit van de kinderen. En dat zagen de medewerkers van de Kinderbescherming bij ons gebeuren. Het advies om de kinderen uit huis te plaatsen was zelfs onverwacht voor de zeer betrokken hulpverlening die we al hadden, dus je kunt wel nagaan hoe hard dit is aangekomen.

Nu het schuldgevoel. Dat was er, uiteraard. Hele bergen.

  • omdat ik het niet heb voorkomen
  • omdat er eentje, die bijna 18 was, zo abrupt voorgoed het huis moest verlaten zonder een harmonieuze, logische ontwikkelingslijn daaraan voorafgaand
  • omdat twee van de andere kinderen zich niet prettig voelden op de plek waar ze kwamen
  • omdat de kinderen hun moeder niet bij zich hebben op de momenten dat ze het moeilijk hebben
  • omdat je als ouder voor je kinderen moet kunnen zorgen
  • omdat ik niet in staat ben geweest om het huwelijk goed te houden of te krijgen, ook al dacht ik dat ik wist hoe het werkte in het leven
GELUKKIG weet ik raad met dit schuldgevoel. Nu ik dit zit te typen, heb ik weliswaar een brok in mijn keel, maar ook grote rust daaronder. Want ik weet dat het niet anders had gekund. En ik weet bovendien dat aan alles wat ik als negatief zou beschouwen, ook positieve kanten zitten.

Waarover later meer.





zaterdag 28 maart 2020

Wanneer ben je een goede ouder en mag je zelf voor je kinderen zorgen?

Je kunt begrijpen dat deze vraag mij flink door elkaar heeft geschud. Als je eenmaal in het vizier van de Kinderbescherming bent, kom je niet meer zo makkelijk weg met een opvoeding die in andere gevallen de aandacht niet zou hebben getrokken van de instanties en een serie gezonde jong-volwassenen zou hebben opgeleverd. En daarmee bedoel ik uitdrukkelijk niet de opvoedingssituatie die er was vóór het hele drama begon.

Dat de kinderen in pleegzorg werden ondergebracht, was enorm pijnlijk en verdrietig, maar ook niet te vermijden. De belangrijkste reden hiervoor was dat wij als ouders het niet voor elkaar kregen om samen een veilige en stabiele basis te bieden aan de kinderen. Ik had heel graag de kinderen meegenomen om ergens anders te gaan wonen, zoals het in mijn beeldvorming ging bij scheidingen, maar ik had geen enkele mogelijkheid hiervoor of ik had ze moeten meenemen naar een blijf-van-mijn-lijfhuis, en dat wilde ik ze niet aandoen. Ik was het er dus mee eens dat ze tijdelijk ergens anders gingen wonen, en ik ging vol goede moed aan de slag met de voorwaarden die werden gesteld.

Een van die voorwaarden was dat we een ouderschapsplan zouden opstellen. Maar om zo'n plan te maken, heb je twee partijen nodig, en hoeveel moeite ik ook deed, ik kreeg geen enkele reactie van mijn ex-man. Nu is dat iets dat de voogd ook wel ziet, en op een gegeven moment was deze voorwaarde niet meer op deze manier van kracht, maar wordt die uitgesteld tot het moment dat de communicatie weer mogelijk is. Tot die tijd ligt de focus alleen op het terugplaatsen van de kinderen bij mij, fulltime dus en niet in co-ouderschap.

Maar dan. Een andere voorwaarde was - uiteraard - dat wij de kinderen kunnen geven wat zij nodig hebben, en in mijn geval geldt dat natuurlijk alleen voor mij. En dan krijg je ineens te maken met allerlei instanties die daarover wat te zeggen zouden kunnen hebben. Omdat de kinderen die nog onder de 18 zijn, over drie plekken verdeeld zijn, krijg je ook van drie verschillende kanten extra input: niet alleen vanuit de directe verzorgers, maar ook van de instanties die daar weer achter staan, inclusief hun gedragswetenschappers en coördinatoren. En dan nog het maatschappelijk werk ter plaatse of een andere algemene instelling (deze is nog niet in beeld), en natuurlijk de toeziend voogd zelf.

Het gekke is dat de meningen van al die verschillende mensen ook wel eens onderling sterk verschillen. Toen ik nog wat meer in de afhankelijke modus zat, was dat voor mij dan ook ongelooflijk verwarrend. Want wie moest ik nou geloven of tevreden stellen? Het kwartje begon te vallen toen ik vorige zomer begon te beseffen dat het oké is als ik mijn eigen weg vind. Een van de pleeggezinnen heeft een veel strakkere opvoedmethode dan ik, het andere heeft juist een veel lossere methode. Beiden kan ik begrijpen, maar voor mijzelf geldt dat ik mijn eigen weg zoek met de kinderen, en kijk naar wat die kinderen zelf nodig hebben. Gek genoeg sta ik sinds de ervaringen met die gezinnen veel sterker in mijn eigen schoenen.

Maar hoe weet de voogd en daarmee de Kinderbescherming nu concreet dat ze de kinderen bij mij kunnen plaatsen, zonder dat er een gereed risico is dat het fout gaat? Daarvoor moet ik danig onder de loupe, van verschillende kanten, en met verschillende visies. Ik vond dat tot voor kort nogal lastig. Om dit vast te kunnen stellen, heeft de voogd een lijst met voorwaarden vastgesteld, en toen ik die las, viel er een last van mijn schouders. Want wat zij beschrijft, zo heb ik mij het afgelopen jaar in toenemende mate gedragen. Onder heel andere omstandigheden, maar dat maakt niet uit. Ik was er evengoed voor de kinderen, signaleerde problemen, zorgde voor expertise en vond creatieve oplossingen, en als er een beroep werd gedaan op mijn financiën, zorgde ik dat het in orde kwam, óók in de periode dat ik zelf geen cent had.

Wat er overblijft, is de periode dat we de omgang gaan opbouwen, dat de kinderen weer meer tijd samen gaan doorbrengen, niet alleen in vrije tijd maar ook als er verplichtingen zijn. Er is geen enkele instantie, ook ikzelf niet, die met zekerheid kan voorspellen dat dit zomaar goed zal verlopen. Wat ik wel weet, is dat ik een ontwikkeling zie in de onderlinge omgang tussen de kinderen, die ik vanaf het begin van de uithuisplaatsing elke week (en voor sommigen elke twee weken) een hele zondag bij elkaar heb gebracht. Eerst in mijn tijdelijke huisje, nu in de flat waar ik woon. En ik het voldoende vertrouwen om die lijn door te trekken, waarbij er vast nog wel eens dingen zullen spelen, maar waarvoor we óók een oplossing zullen vinden.

Ik geloof dus dat ik supergoed voorbereid ben op de periode die komt. Het mooie is, dat ik zelf buddy's kan vragen, uit mijn eigen netwerk, om mij te helpen om het te laten slagen. Met hen kan ik de voorwaarden bespreken, aan hen voorleggen hoe ik denk het te doen of al doe, en hen de gelegenheid geven om hun visie te geven. Hiervoor bestaat ook een nationaal initiatief, de eigen kracht conferentie, waar ik  nu over aan het nadenken ben of dit iets voor ons zou zijn, waarbij je nog meer mensen officieel bij het hele traject betrekt.

De coronamaatregelen hebben de meeste ontwikkelingen op dit punt even stilgelegd, maar zachtjesaan zijn al wel contacten gelegd met degenen die voor observatie en begeleiding gaan zorgen, dit ging via Skype of telefoon en deze contacten vond ik erg hoopgevend.

Ik voel me alsof er een aanzwellend orkest op de achtergrond meespeelt, met mooie, harmonieuze klanken. Wat is het toch fijn om in vertrouwen te kunnen leven!!